Niet meer van deze tijd?

Het lijkt wel of bijna iedereen tegenwoordig de uitdrukking “… is niet meer van deze tijd” gebruikt. Ik ben ‘Nederbelg’ en hier in België is recentelijk een campagne opgestart door de Vlaamse Overheid met als slogan ‘Zwerfvuil is niet meer van deze tijd’. Nu heb ik sowieso al een hartgrondige hekel aan het feit dat anderen voor mij gaan bepalen wat ‘van deze tijd’ is, nog los van de vraag of ‘van deze tijd’ niet een erg subjectief begrip is. Maar taalkundig gezien wil ik hierbij toch ook een groot vraagteken plaatsen.

 

Ik vermoed namelijk dat we hier te maken hebben met een loepzuivere contaminatie, namelijk een verhaspeling van ‘Dat kan (echt) niet meer’ en ‘Dat is niet van deze tijd’. Bovendien suggereert ‘niet meer van deze tijd’ dat het wel van deze tijd geweest is en dat is nu juist hetgeen beoogd wordt te ontkennen met ‘Dat is niet meer van deze tijd’. De uitdrukking is derhalve ook nog eens in tegenspraak met zichzelf.

 

Nogmaals: erg objectief is het begrip beslist niet. Wanneer ‘deze tijd’ historisch gezien begonnen is en daarmee ‘een andere tijd’ geëindigd is, kan niemand staven met bewijzen, laat staan dat het door een onafhankelijk instituut is bepaald.

 

Alles bij elkaar lijken me dit voldoende redenen om ‘niet meer van deze tijd’ vanaf nu te vuur en te zwaard te bestrijden. Zegt het voort!

Waarom?

Waarom begint iemand een blog? Uit ijdelheid? Uit frustratie? Uit commercieel oogpunt? Omdat iemand anders zei dat dat goed is voor je SEO? Uit grootheidswaanzin, dat je denkt dat de hele wereld zit te smachten naar jouw pennenvruchten?

 

Ik hoop dat u niet op een antwoord zit te wachten. Sinds ik heb geleerd om niet automatisch te zoeken naar een antwoord op een vraag en te accepteren dat sommige vragen misschien onbeantwoord blijven, leef ik een heel stuk rustiger en ik hoop dat u hetzelfde kunt zeggen. Overigens vindt u, als u verder leest, wel het antwoord op de vraag waarom ik deze blog ben begonnen, dus enige bevrediging is onderweg!

 

Wat mag u in deze blog verwachten?

De mensen die mij een beetje kennen, weten dat ik een muggenzifter (dat synoniem waarbij andere insecten aan een niet nader te noemen handeling worden onderworpen gebruik ik liever niet) ben op het gebied van de Nederlandse taal. En aangezien mijn ogen als het ware naar, laat ik het voorzichtig zeggen, oneffenheden op andermans schrijverspad geleid worden, erger ik me vaker dan me lief is aan taalkundige scheveschaatsrijderij, voor zover dat een bestaand woord is.

 

U ziet dat ik soms de vrijheid neem om een nieuw woord te gebruiken, hopende dat de betekenis u dankzij de context en het woord zelf voldoende duidelijk wordt. Niet dat ik de pretentie heb dat ik op dat vlak ook maar in de buurt zou kunnen komen van twee van mijn taalkundige voorbeelden, Kees van Kooten en Wim de Bie, maar dan bent u in elk geval gewaarschuwd.

 

Evenmin pretendeer ik dat er op mijn teksten niets aan te merken valt. Ik realiseer me terdege dat mijn schrijfsels onder een vergrootglas gelegd kunnen worden wanneer ik daarin taalkundige missers van anderen aan de kaak stel. Logisch, ik doe hetzelfde. Weest u zo vrij om mij op dergelijke onvolkomenheden te wijzen, ik zal u er zeker niet op aankijken, mits we het netjes houden natuurlijk.

 

Mijn vrouw

Voordat ik te ver afdwaal: die ergernissen moeten gekanaliseerd worden, al was het alleen maar om mijn vrouw niet langer bloot te stellen aan mijn tirades over schrijf-, spel- en andere fouten in epistels van allerlei aard. Ik kan me nauwelijks voorstellen dat een paar ogen ooit meer dankbaarheid hebben uitgestraald dan die van mijn vrouw nadat ik haar had verteld dat ik met deze blog ging starten.

 

Daar werd nog een kubieke meter opluchting aan toegevoegd toen ik haar de vrijheid gaf om, als ik weer eens tekeer zou dreigen te gaan over onbenullige organisaties die hun minachting voor hun lezers ondubbelzinnig lieten blijken door voornoemde fouten, tegen mij te zeggen: “Zet het maar in je blog”.

 

U

U ziet dat ik u niet tutoyeer. Voor de één kan dat wat stijfjes overkomen, de ander zal het wellicht juist prettig vinden. Mocht blijken dat het leeuwendeel van mijn lezers liever met ‘je’ wordt aangesproken, dan zal ik zeker overwegen om u informeler te gaan benaderen. Ook hieromtrent zijn uw berichten meer dan welkom.

 

Lengte

De lengte van mijn blogs staat niet vast, evenmin als de frequentie. De werkzaamheden waarmee ik mijn brood en andere etenswaren tracht te verdienen laten een strikt verschijningsschema niet toe. Op deze manier kan het voorkomen dat er in een bepaalde week twee nieuwe blogs worden toegevoegd, eentje van 10 regels en eentje van 10 alinea’s. Vaak is het een kwestie van tijd(gebrek) of van (tekort aan) inspiratie.

 

Genoeg gepraat nu. Wellicht ten overvloede wil ik u aanmoedigen om mij berichten te sturen over wat u op taalkundig gebied bezighoudt, wat u opvalt, waar u graag een beschouwing over zou willen zien, waar u vragen over heeft etcetera. Een blogger die zijn lezers niet kent en serieus neemt is in mijn ogen een egotripper die waarschijnlijk tot de laatste categorie bloggers behoort die ik in de eerste alinea noemde.

 

Tot de volgende blog!